HDC 2010
Katten, eten en geschiedenis
Duizenden jaren zwierven katten rond in de oude wereld. Ze woonden in de Savannahs van Afrika, in de vlakten van India en in de bossen van Europa, Azie en Amerika. Hun woonomgeving bestond uit zeer verschillende terreinen en klimaten. Ze jaagden op klein planteneters zoals muizen, ratten en konijnen.
De kat eet zijn hele prooi op, behalve de galblaas. Net als honden teen ze dus ook de bottenm, de ingewanden, de hersenen etc. Anders dan honden eten ze alleen vers vlees, geen karkassen en resten die door grote roofdieren zijn achtergelaten. En ze eten ook geen noten of fruit. Plantaardig voedsel krijgen ze alleen binnen via de inhoud van de maag en de darmen van hun prooi.
Wanneer we naar het gebit en het spijsverteringssysteem van de kat kijken, dan moeten we concluderen dat de kat een echte carnivoor is. Na alle jaren van evolutie is er dus aan de binnenkant van de kat maar zeer weinig veranderd!
Fabrieksvoer
In de jaren '50 kwamen voedselproducenten in de Verenigde Staten op het idee om de grote hoeveelheden overblijvend vlees van slechte kwaliteit samen met granen te verwerken tot blikvoer voor katten. Voor het eerst in de geschiedenis was er speciaal voor katten gemaakt eten. Het idee sloeg aan bij het publiek en op dit moment zijn er heel veel verschillende merken en typen fabrieksmatig gemaakt voer voor de kat. Deze worden voortdurend via reclamecampagnes aangeprezen om hun kwaliteit en aantrekkelijkheid voor zowel de eigenaar als de kat.
De vraag die rijst is natuurlijk: waarom geen brokken? Wat is er mis mee?
Commerciële voeders worden goedkoop gehouden door er veel granen in te stoppen en het ´vlees` wat er in zit is vaak (voor een groot deel) slachtafval (snavels, veren, koppen, organen). Als je geluk hebt dan bestaat het kattenvoer voor 55% uit vleesmeel. Granen zijn echter geen natuurlijk voedingsbestanddeel voor wilde katachtigen. Brokken en blikvoer bevat zo rond de 30% granen.
Daarnaast worden instantvoeders langdurig verhit om het houdbaar te maken. Dat verhitten vernietigt veel voedingsstoffen die er daarna weer in synthetische vorm aan toegevoegd worden. Ook zorgt het verhitten ervoor dat eiwitten veranderen van structuur, waardoor ze moeilijker verteerbaar zijn en eventueel allergische reacties kunnen veroorzaken. Gekookt eten kan op langere termijn allerhande klachten veroorzaken. En er zitten veel kleur-, geur- en smaakstoffen in om het nog een beetje smakelijk te maken.
Om deze redenen kan een dieet van fabrieksvoer vergeleken worden met elke dag patat met een multivitaminenpreparaat. Er zit inderdaad in wat je nodig hebt maar echt gezond is anders!
De meeste katten blijven gezond en worden oud op brokken en blikvoer. Maar er zijn helaas ook katten die het niet zo goed doen. Zij hebben darm- of maagproblemen hebben. En er zijn katten die bijvoorbeeld huidproblemen hebben. Ook krijgen katten vaak op jeugdige leeftijd problemen met de nieren en/of blaasgruis. Soms hebben deze klachten te maken met de voeding die de kat krijgt en kunnen deze klachten goed opgelost worden door de kat een rauwe en verse vleesvoeding te geven.
Katten zijn over het algemeen heel lastig over te schakelen naar verse/rauwe voeding. Dit komt omdat gekookte voeding aantrekkelijker smaakt voor de kat. Eenmaal verwend met gekookte voeding en voeding met sterkte smaakstoffen (smaakstoffen die veel aan kattenbrokjes en blikvoer toegevoegd wordt - dit hoeven niet per definitie onnatuurlijke smaakstoffen te zijn), zal de kat zich niet zo makkelijk over laten schakelen.
De beste manier om de kat te overtuigen dat het gezonder en beter is om verse/rauwe voeding te eten is door zijn favoriete merk blik of brokjes te mengen met een heel klein beetje vers vlees (al dan niet kant en klaar of zelf samengesteld). In de loop der dagen/weken kun je steeds meer vers vlees gaan geven en steeds minder brokjes/blikjes, totdat de kat volledig is overgeschakeld.
Vaak zien we bij de overgang op vers vlees een periode van diarree optreden die 1 tot wel 10 dagen kan aanhouden. Is wenperiode te extreem: de hoeveelheid vers terugbrengen en licht de kook erover laten gaan.
Een natuurlijk dieet, gebaseerd op het eet patroon van de wilde kat, bestaat uit
60-65% vlees
Voorbeelden van vlees (eiwit) die u uw kat kunt voeren: kip (vleugeltjes, nekjes, karkassen, lam (ribben, schouderbladen, hart), rund, ei (gekookt of rauw), vis, (vers of uit blik, rauw of gekookt), cottage cheese of tahoe. Geef gevarieerd vlees en let erop dat het wat zenig is en vet bevat. Liever niet te mager vlees.
Geef geen varkensvlees!
Het voordeel van invroren vlees is dat het een aantal mogelijk schadelijke parasieten (lintworm, toxoplasma, sarcocystes) doodt.
15-25% organen (hart, lever en nier)
Orgaanvlees is erg gezond, mits met mate gevoerd. Niet meer dan twee keer per week kunt u het vlees vervangen door: lamshart, runderhart, -niertjes, kippenlevertjes, -maagjes, -hartjes of vuile pens.
10-15% bot (altijd rauw, gekookt bot splintert!)
Kippenbotjes kunnen splinteren maar met rauwe kip valt dat erg mee. Geef dus zeker geen gekookte of gebakken botjes!Vraag bij de slager eventueel om restjes die overblijven bij het uitbenen, bijvoorbeeld kipkarkassen. Grotere hoeveelheden kunt u in porties invriezen. Maaltijden waarin vlees of orgaanvlees zit en geen botten, moeten aangevuld worden met een calciumbron, bijvoorbeeld gemalen eierschalen.
5% groenten en fruit (geplet en/of licht gekookt, geen prei of uien)
Groenten moeten gemalen worden, je kunt drie keer per week malen, het mengsel blijft ongeveer twee dagen goed in de koelkast. De plantaardige voeding die de wilde katten honden in de natuur binnenkrijgt bestaat uit voorverteerde darminhoud en af en toe wat vruchten (besjes bijvoorbeeld).
Alle groenten behalve ui en prei zijn geschikt. Bijvoorbeeld: wortels, bloemkool, broccoli, andijvie, spinazie, boontjes, sla, tomaten, spruiten, kool, maar ook fruit: appels, sinasappels, peer en banaan. Vooral groene, bladerige groente en alfalfa bevatten veel calcium en vullen daardoor het vlees goed aan.
Katten zijn moeilijk te verleiden tot het eten van groeten en fruit. Geef daarom kleine hoeveelheden en "verstop"het in het vlees.
Voer geen granen!
De percentages moeten gezien worden als een weekbalans. Niet iedere dagelijkse maaltijd hoeft hier aan te voldoen.
Voer de kat naar conditie: ribben voelbaar, maar niet zichtbaar. Kijk goed of uw kat niet dikker of dunner wordt. Een richtlijn is 20 gram per kg lichaamsgewicht. Geef dezelfde hoeveelheid als van blikvoer en 1,5 keer het gewicht van brokjes. Voor jonge dieren twee tot driemaal zoveel; een en ander afhankelijk van conditie, beweging en stofwisselingsniveau. Ze moeten het eten binnen een half uur op hebben. Daarna wegpakken de rest invriezen en de volgende dag minder geven.
Verder kan het goed het verrijkt worden met een scheut yoghurt of karnemelk (liefst met bacteriën), een rauw ei, biergist, knoflook, levertraan, multivitaminen en (tuin)kruiden. Katten kunnen minder goed omgaan met plantaardige oliën dan honden. Beter is het dan ook om visolie te geven aan katten. Voeg, wanneer voornamelijk ingevroren vlees wordt gevoerd,taurine toe. Katten kunnen dat zelf niet aanmaken en ingevroren gaat er veel verloren uit het vlees.
Zelf eten maken voor de kat en de hond, Tannetje Koning, www.natuurlijkvoordieren.nl
Natural Feeding for Cats, Holistic Vet Ltd, Nick Tompsom; www.holisticvet.co.uk
Duurzame Gezondheid voor Alle Dieren, Dierenartsenpraktijk BIO MENTOR, www.biomentor.org
©Homeopatisch Dieren Consult, 2010