|
|
|
|
|
Homeopathie
Het lichaam is de beste genezer. Dieren herstellen en genezen vaak vanzelf. Ziekte zien we alleen wanneer deze balans is verbroken. Dan kan homeopathie een uitkomst bieden. Het stimuleert het dier om weer gezond te worden en in balans te komen. Het herinnert het lichaam er simpelweg aan hoe zich zelf te genezen. Grondlegger van de hedendaagse klassieke homeopathie is Hahnemann, een Duitse arts die leefde van 1755 tot 1843. Hij ontdekte dat stoffen die bepaalde ziektesymptomen veroorzaken, in zeer kleine hoeveelheden die symptomen juist ook kunnen laten verdwijnen. Dit noemt men in de klassieke homeopathie de wet van gelijksoortigheid: de similiawet. Dat wil zeggen dat men “het gelijke met het gelijksoortige” geneest: een stof die in een gezond persoon of dier klachten kan veroorzaken is ook in staat om, verwerkt tot homeopathisch geneesmiddel, een persoon of dier met gelijksoortige klachten te genezen.
De totale aanpak Bij klassieke homeopathie wordt gezocht naar het totaalbeeld van het dier. Niet alleen worden de gezondheidsproblemen van nu besproken, er is ook aandacht voor ondermeer eerdere ziektes, de leefomgeving, fysieke kenmerken, voeding, eerder opgelopen trauma’s. Soms lijken die vragen vreemd, vooral als het gaat om karakter, aversies en voorkeuren, angsten en eigenaardigheden in het gedrag van het dier. Maar dit totaalbeeld is nodig om het juiste homeopathische middel te kiezen. Dat kan inhouden – en die kans is erg groot - dat twee patiënten met dezelfde klachten ieder een ander medicijn krijgen.
Middelen In de homeopathie gebruikt men natuurlijke middelen die veelal gemaakt zijn van planten en mineralen. Homeopathie werkt met heel kleine hoeveelheden. Deze zijn voldoende om het lichaam er toe aan te zetten zich zelf te genezen. Het gebruik van homeopathische middelen geeft geen bijwerkingen. De opgeloste vorm maakt het toedienen aan dieren gemakkelijk.
|